ONDER HET VERGROOTGLAS (Deel 1):

Mark van de Waal | 2 augustus 2021

7 Tips voor duurzaam kabelmanagement in kabelrups-systemen

Kabelrupsen zijn letterlijk en figuurlijk continue in beweging, de ontwikkelingen volgen elkaar in rap tempo op en het gevolg hiervan is dat steeds langere rijwegen, hogere snelheden, acceleraties en belastingen mogelijk zijn. De kabels, slangen, trekontlasting maar zeker ook de montage hiervan, worden hierdoor aan steeds hogere eisen blootgesteld. Het is dan ook niet voor niets dat het in de dagelijkse praktijk nog regelmatig voorkomt dat er kabelbreuk optreedt met machinestilstand tot gevolg.

Om stilstand te voorkomen moet uw kabelmanagement-systeem op de juiste manier geconfigureerd, ontworpen en geïnstalleerd zijn. Problemen zoals continuïteitsverlies, isolatieschade, mechanische vervorming of elektromagnetische interferentie kunnen worden voorkomen door het nemen van eenvoudige maatregelen in het beginstadium van het ontwerpproces. Om deze reden geven wij u in dit blog 7 tips waarmee u de 7 meest gemaakte kabelmanagement fouten (waarvan u zelf vaak niet weet dat u ze maakt) kunt voorkomen.

Oorzaak / Tip 1. Gebrek aan inwendige verdeling

Verticale tussenschotten en horizontale tussenbodems zijn cruciaal voor het gecompartimenteerd houden van soortgelijke kabels en slangen. Wanneer deze niet gebruikt worden, bestaat het gevaar dat kabels en slangen elkaar kunnen passeren en hierdoor in elkaar verstrikt raken.

Met deze vuistregels kunt u snel en eenvoudig berekenen of dit het geval is:

Kabels en slangen met grote verschillen in diameter moeten dus in verschillende compartimenten geplaatst worden. Ook moeten kabels en slangen met onverenigbare buitenmantels van elkaar gescheiden worden (zie ook oorzaak 6. voor meer informatie hierover).

De maximale diameter van kabel of slang komt overeen met de inwendige hoogte van de gekozen kabelrups waarbij rekening gehouden dient te worden met min. +10% extra vrije ruimte rondom elektrakabels en 20% extra rondom hydraulische slangen.

Oorzaak / Tip 2. Ongelijke gewichtsverdeling

Kabels en slangen moeten op een zodanige wijze in de kabelrups geplaatst worden, dat kabels en slangen zich vrij kunnen bewegen zonder dat hierbij trekkrachten op de radius uitgeoefend worden. Ongelijk verdeeld gewicht kan resulteren in een kabelrups die te zwaar is aan één kant, welke de loop van de kabelrups kan verstoren en er zelfs voor kan zorgen dat de kabelrups kantelt waardoor deze mogelijk met het werkgebied interfereert.

Oorzaak / Tip 3. Overvolle kabelrups

Hoewel het misschien uitnodigt om de schijnbaar nog aanwezige ruimte in een kabelrups toch te benutten, kan overvulling van de kabelrups een juiste werking van de kabelrups in de weg staan. Kabels die niet genoeg bewegingsruimte hebben zullen uiteindelijk ook storingsverschijnselen gaan vertonen.

Bovendien zal de slijtage aan de buitenmantel wanneer kabels op elkaar gedrukt worden aanzienlijk toenemen. Ook is er een grotere kans op elektromagnetische interferentie (EMC), als voedings- en datakabels te dicht op elkaar geplaatst zijn. Het is dus zaak de kabels zover mogelijk uit elkaar te plaatsen.

Oorzaak / Tip 4. Ondeugdelijke trekontlasting

Zonder een goede trekontlasting is er geen controle op de kabellengte in de kabelrups. Wanneer de kabelrups heen- en weer beweegt, zal de kabel zichzelf in de kabelrups trekken en opkrullen, hetgeen voortijdig systeem falen veroorzaakt. Aansluitpunten buiten de kabelrups, zoals connectoren en lasdozen zullen alle mechanische krachten dan moeten absorberen.

Onder normale omstandigheden moeten kabels en slangen altijd aan beide zijden van de kabelrups van trekontlasting worden voorzien. De uitzondering hierop zijn hydraulische slangen, dit type slangen mogen enkel aan de bewegende zijde van de kabelrups met trekontlasting bevestigd worden.

Oorzaak / Tip 5. Kabels niet in de neutrale lijn geïnstalleerd

Kabels die op de juiste manier geïnstalleerd en op trek ontlast worden, zullen zich in de neutrale lijn van de kabelrups positioneren. De kabels mogen niet strak langs de binnen radius getrokken of tegen de buitenradius geduwd worden.

De trekontlasting moet correct geïnstalleerd zijn, en getest worden, in zowel start- als eindpositie.

Oorzaak / Tip 6. Verschillende mantelmaterialen


Daar waar PUR en TPE-kabels een vergelijkbare slijtvastheid hebben, is het samen leggen van deze kabeltypen geen probleem. Het samen leggen van PVC en PUR-kabels wordt daarentegen niet aanbevolen. Als het onvermijdelijk is om verschillende buitenmantelmaterialen in dezelfde kabelrups te gebruiken, dient u ervoor te zorgen dat u kabels kiest die geschikt zijn voor dynamisch gebruik in kabelrupsen. Kabels met een rubber of thermo hardende kunststof buitenmantel zijn niet geschikt voor toepassing in kabelrups-systemen. Deze materialen zijn te zacht en kleverig en hebben de neiging om binnenin de kabelrups op te stropen.

Wanneer buitenmantelmaterialen van kabels en slangen een verschillende wrijvingscoëfficiënt hebben en tegen elkaar aan schuren, dan zal het slijtvastere materiaal het zachtere materiaal uiteindelijk aantasten en sneller laten verslijten. Met storing tot gevolg.

Oorzaak / Tip 7. Onjuiste kabelrupslengte

Wanneer de lengte van een kabelrups onjuist berekend is, beïnvloed dit de rijweglengte van het systeem en wordt een juiste werking van het kabelrups-systeem in het geding gebracht. Uitgerekte of te strak gespannen kabels door toedoen van een foutieve rupslengte kunnen resulteren in aderbreuk met storing daardoor.

Om de kabelrupslengte op de juiste manier te bereken, gebruikt u de onderstaande formule:

Als het vaste punt van de kabelrups zich in het midden van de rijweg bevindt (zgn. midden-voeding), dan wordt de kabelrupslengte “LK”, berekend met behulp van de helft van de rijweglengte, waarna waarde “K” hierbij wordt opgeteld. Waarde “K” staat voor de benodigde lengte om de bocht (radius) te kunnen maken. Vanuit economisch oogpunt is midden-voeding de beste keuze, hierbij zijn de kortst mogelijke kabelrups, kabel en slanglengtes benodigd. Als midden-voeding om technische redenen geen optie is, dan is er sprake van een verschoven midden- of eindvoeding en dient waarde “ΔM” bij de lengte opgeteld te worden.

Omdat er een grote verscheidenheid aan toepassingsmogelijkheden is, en er een nog grotere hoeveelheid aan kabelmanagement-systemen beschikbaar is, bieden wij vrijblijvend (kosteloos) advies aan geïnteresseerden. Heeft u er zelf geen tijd voor, of vindt u het een lastige materie?   Stuur ons uw lastigste toepassing en u ontvangt ons vrijblijvende advies zo spoedig mogelijk.

U kunt ons via e-mail bereiken op info@igus.nl of telefonisch op 0346 353 932.

Wanneer u eerst zelf iets wilt uitproberen, kunt u gratis en ongelimiteerd gebruik maken van de handige online “QuickChain.100” selectiehulp – hiermee leert u spelenderwijs wat wel- en wat niet mogelijk is.

Als u snel wilt kunnen berekenen hoelang de levensduur van een bepaalde chainflex® in een kabelrups-toepassing is, kunt u dit eenvoudig zelf doen met de “chainflex-levensduur” tool.

Commentaar op dit artikel

Schrijf alsjeblieft een commentaar.

Uw commentaar zal worden gemodereerd door een admin voor de activering.